Wat is het Wft-examen Basis?
Wil je klanten adviseren over financiële producten, zoals verzekeringen, sparen, krediet of een hypotheek? Dan moet je volgens de Wet op het financieel toezicht (Wft) vakbekwaam zijn. Je werkgever is daarvoor verantwoordelijk (artikel 4:9 Wft). Die vakbekwaamheid toon je aan met Wft-examens. Volgens het CDFD zet je met de module Basis de eerste stap voor alle beroepskwalificaties, behalve die van Adviseur Zorgverzekering. Daarna doe je de modules die bij jouw werk horen, zoals Schadeverzekeringen particulier, Consumptief krediet of Hypothecair krediet.
Je doet het examen bij een exameninstituut dat door het CDFD is erkend. Je schrijft je in bij zo'n instituut met je Wft-ID, die je via Mijn Wft met DigiD vindt of aanvraagt. Het examen is alleen in het Nederlands.
Hoe ziet het examen eruit?
Volgens het CDFD bestaat het examen Basis vanaf 1 april 2026 uit 42 vragen in 120 minuten, goed voor 63 punten. Er zijn drie soorten vragen:
- Kennis en begrip (KB): 21 korte vragen van 1 punt over feitenkennis en inzicht.
- Professioneel gedrag (PG): 2 vragen van 2 punten over dilemma's uit de praktijk van een financieel adviseur.
- Vaardigheden en competenties (VC): 19 vragen van 2 punten. Hier pas je je kennis toe in een praktijksituatie, vaak met een korte casus.
Je slaagt als je 68 procent van de punten haalt, dat is 42,84 van de 63 punten. Dan krijg je een 5,5, en dat wordt afgerond naar een 6. De uitslag krijg je binnen twee werkdagen per mail van DUO. Op het examen krijg je een niet-programmeerbare rekenmachine, schrijfmateriaal en kladpapier.
In de kandidatenbrochure van het CDFD staat dat je multiple-choicevragen krijgt met drie of vier antwoordmogelijkheden, maar ook andere vraagvormen: een keuzelijst met meerdere goede antwoorden, rangschikvragen en numerieke vragen waarbij je zelf een getal invult. In deze oefentest zijn alle vragen meerkeuzevragen met vier antwoorden, ook de rekenvragen. Zo kun je snel oefenen en zie je direct of je goed zat.
Welke onderwerpen komen aan bod?
Wat je moet weten en kunnen staat in de eindtermen en toetstermen van de module Basis. Wij hebben die stof verdeeld over negen onderdelen:
- Huishouden, recht en belastingen: sparen en lenen, samenlevingsvormen, erfrecht, toestemming van de partner, handelingsbekwaamheid, bewind en schuldsanering, de boxen van de inkomstenbelasting en het BKR.
- Betalen, sparen en beleggen: betaalvormen, spaarmotieven, beleggingscategorieën, rente en koersen, het depositogarantiestelsel en de boedelrekening.
- Krediet en hypotheek: vormen van consumptief krediet, de bedenktijd, kredietwaardigheid, recht van hypotheek, de rol van de notaris, NHG, aflossingsvormen en rentevaste periodes.
- Risico's, verzekeringen en sociale zekerheid: volks- en werknemersverzekeringen, gemoedsbezwaarden, de WAM, bezits- en aansprakelijkheidsverzekeringen, pensioenpijlers en pensioenfondsen.
- Verzekeringsrecht: de regels uit Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals mededelingsplicht, eigen gebrek, opzet, indemniteit, onderverzekering, premiebetaling en opzeggen.
- Wft, toezicht en klantbelang: AFM en DNB, vergunningen, zorgplicht, de adviesregel, het provisieverbod, soorten bemiddelaars, klachten en Kifid, en bezwaar en beroep.
- Integriteit, Wwft en privacy: cliëntenonderzoek, ongebruikelijke transacties melden, geheimhouding, UBO's, de AVG en integere omgang met klantgegevens.
- Rekenen: rente, rente op rente, assurantiebelasting, erfdelen, depositogarantie, onderverzekering, aflossing en een eenvoudige balans of begroting.
- Praktijkcases en klantcontact: intakegesprekken, klachten, doorverwijzen, veranderingen in het leven van een klant en het vastleggen van klantgegevens.
Let op de omslagdatum
De wet- en regelgeving verandert steeds, maar het CDFD past de examens één keer per jaar aan, op 1 april. Vanaf 1 april worden wijzigingen getoetst die uiterlijk op 31 december van het jaar ervoor zijn vastgesteld of gepubliceerd, ook als ze nog niet in werking zijn. Een wet die op 3 januari 2026 wordt aangenomen, zit dus pas vanaf 1 april 2027 in het examen. Wij hebben onze vragen gebaseerd op de toetstermen die gelden vanaf 1 april 2026 en op de wetteksten zoals die in oktober 2026 op wetten.overheid.nl staan. Oude oefenvragen gaan soms uit van regels die inmiddels zijn veranderd.
Zo bereid je je goed voor
- Ken de getallen. Denk aan 100.000 euro depositogarantie per persoon per bank, 14 dagen bedenktijd bij krediet, twee maanden voor de verzekeraar bij een geschonden mededelingsplicht, 15.000 euro bij incidentele transacties in de Wwft en 72 uur voor een datalek.
- Oefen de casusvragen. De VC-vragen leveren samen 38 van de 63 punten op. Vraag je bij elke casus af: wat is in het belang van de klant, wat mag ik binnen mijn bevoegdheid, en wanneer verwijs ik door?
- Reken mee. Je krijgt een rekenmachine, maar je moet weten welke berekening je maakt. Oefen rente, assurantiebelasting, onderverzekering en erfdelen tot je ze vlot kunt.
- Lees de uitleg, ook als je het goed had. Bij elke vraag staat welk artikel of welke toetsterm erachter zit. Zo herken je dezelfde regel in een andere situatie.
- Oefen op tijd. Je hebt bijna drie minuten per vraag. Maak een paar oefenexamens van 42 vragen in 120 minuten, zodat je went aan het tempo.
Testklaar is een onafhankelijk oefenplatform. We zijn niet verbonden aan het CDFD, DUO, de AFM, een exameninstituut of de overheid, en onze vragen zijn geen echte examenvragen. Je examen plan en betaal je zelf bij een erkend exameninstituut.
Drie voorbeeldvragen met uitleg
Eén vraag uit verschillende onderdelen van het volledige pakket, met antwoord en uitleg.
Wat is "ontsparen"?
- Geld lenen om nu iets te kunnen kopen
- Een deel van je inkomen bewust niet uitgeven en opzijleggen
- Geld uitgeven dat je eerder hebt gespaard
- Spaargeld omzetten in beleggingen met meer risico
Twee partners hebben samen een en/of-rekening met 160.000 euro. Er is niets anders afgesproken. Hoe werkt de depositogarantie?
- Ieder heeft garantie over zijn deel van 80.000 euro, dus alles is gedekt
- De rekening telt als één deposito, dus 100.000 euro is gedekt
- Gezamenlijke rekeningen vallen niet onder de depositogarantie
- Alleen de eerste rekeninghouder heeft garantie, tot maximaal 100.000 euro
Bij een hypotheek op een woning: wie is de hypotheekgever?
- Het Kadaster dat de akte inschrijft
- De notaris die de akte opmaakt en laat inschrijven
- De bank die het geld voor de aankoop van de woning uitleent
- De eigenaar van de woning die de lening krijgt
