Wat is het examen ADR Basis?
Rijd je met een vrachtwagen of bestelbus waarop gevaarlijke stoffen worden vervoerd boven de vrijgestelde hoeveelheden, dan heb je volgens het ADR (de Europese regels voor vervoer van gevaarlijke goederen over de weg) een vakbekwaamheidscertificaat nodig. De basis daarvan is het ADR Basiscertificaat. Je volgt eerst een opleiding bij een door het CBR erkende opleider en doet daarna het theorie-examen ADR Basis (ADRB) bij het CBR. Je eerste examen vraagt je opleider voor je aan; een herexamen kun je zelf reserveren.
Voor tankvervoer, ontplofbare stoffen (klasse 1) en radioactieve stoffen (klasse 7) bestaan aparte specialisatie-examens. Die bouwen voort op ADR Basis.
Hoe ziet het examen eruit?
Volgens het CBR bestaat het theorie-examen ADRB uit 25 vragen: 15 gesloten vragen over de algemene stof en 2 cases met elk 5 gesloten vragen. Je hebt 45 minuten. Je maakt het examen op een computer in een examencentrum van het CBR. De voorbeeldvragen van het CBR hebben drie antwoorden: A, B of C. Daarnaast kan er een hotspotvraag in zitten, waarbij je op een plek in een afbeelding klikt. Je krijgt kladpapier en een pen van het CBR.
Tijdens het examen kun je terugbladeren en je antwoorden aanpassen zolang de tijd loopt. Je ziet de uitslag direct op je scherm.
Hoeveel vragen moet je goed hebben?
Je bent geslaagd als je 18 of meer van de 25 vragen goed hebt. In de exameneisen staat een cesuur van 70%. De uitslag van het examen is 1 jaar geldig. Het ADR-certificaat zelf is volgens het ADR vijf jaar geldig. Daarna verleng je het met een herhalingsopleiding en een verlengingsexamen.
Welke onderwerpen komen aan bod?
De exameneisen van het CBR (geldig vanaf 1 juli 2025) noemen 17 eindtermen. Wij hebben die gebundeld in zes onderdelen:
- Regels, klassen en gevaren: ADR, Wvgs en VLG, toezicht door de ILT, de gevarenklassen 1 tot en met 9 en hun hoofdgevaren, verpakkingsgroepen, begrippen als vlampunt, controletemperatuur en polymerisatie, en wie wat moet doen in de vervoersketen.
- Kenmerking, etiketten en oranje borden: de betekenis van het gevaarsidentificatienummer en het UN-nummer, wanneer borden met of zonder nummers nodig zijn, gevaarsetiketten, grote etiketten, het milieukenmerk, LQ-kenmerk en richtingpijlen. In ons oefenpakket beschrijven we etiketten en borden in woorden.
- Documenten, uitrusting en vrijstellingen: vervoerdocument, schriftelijke instructies, blussers en de verplichte uitrusting, de puntenberekening van 1.1.3.6 en gelimiteerde hoeveelheden.
- Onderweg: bebouwde kom en routeplicht, mist en gladheid, zoute veren en ponten, tunnelcategorieën en tunnelcodes, parkeren en toezicht, gedrag in tunnels en beveiliging.
- Laden, lossen en verpakkingen: samenladingsverboden, levensmiddelen, vastzetten en stapelen, rookverbod, reinigen na lekkage, collo, IBC, grote verpakking en het UN-verpakkingskenmerk.
- Ongeval, brand en eerste hulp: de maatregelen uit de schriftelijke instructies, melden via 112, de branddriehoek en blusmiddelen, persoonlijke bescherming en eerste hulp bij besmetting of brandwonden.
Nederlandse regels die je moet kennen
Het examen gaat niet alleen over het internationale ADR. De exameneisen noemen ook Nederlandse regels uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG). Denk aan het vermijden van de bebouwde kom, routeplichtige stoffen, het verbod op vervoer in grote tanks bij zicht onder 200 meter, regels voor de veerboten naar de Waddeneilanden en de tunnelcategorieën van Nederlandse tunnels. Die regels zitten ook in onze vragen.
Zo bereid je je goed voor
- Leer de oranje borden en etiketten uit je hoofd. Wat betekent 33, 80 of X423? Welke kleur en welk symbool hoort bij welke klasse? Dit komt in bijna elk examen terug.
- Oefen de puntenberekening van 1.1.3.6. Categorie 1 maal 50, categorie 2 maal 3, categorie 3 maal 1, en samen niet meer dan 1000. Weet ook wat er dan wel en niet geldt.
- Ken de schriftelijke instructies. De volgorde na een ongeval, wat je wel en niet zelf blust, en welke uitrusting bij welk etiket hoort.
- Oefen met cases. Tien van de 25 vragen gaan over twee praktijksituaties. Lees de case rustig en zoek de gegevens die je nodig hebt.
- Lees de uitleg, ook als je het goed had. Daar staat het randnummer van het ADR of het artikel uit de Nederlandse regels.
- Maak een oefenexamen op tijd. 25 vragen in 45 minuten is bijna twee minuten per vraag. Dat is ruim, dus gebruik de tijd om de cases goed te lezen.
Testklaar is een onafhankelijk oefenplatform. We zijn niet verbonden aan het CBR of aan een ADR-opleider, en onze vragen zijn geen echte examenvragen. Je examen vraag je aan via je opleider.
Oefenvragen met antwoorden
Klik op een vraag om het juiste antwoord en de uitleg te zien.
Wat is het hoofdgevaar van stoffen van klasse 4.3?
- Ze kunnen in contact met lucht vanzelf ontbranden
- Ze vormen brandbare gassen bij contact met water
- Ze bevorderen de verbranding van andere stoffen
Antwoord: B, Ze vormen brandbare gassen bij contact met water. Klasse 4.3 omvat stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen (ADR 2.1.1.1). Zelfontbranding hoort bij klasse 4.2, brandbevorderend bij klasse 5.1.
Wat betekent de letter X vóór een gevaarsidentificatienummer?
- De stof is ontplofbaar en gevoelig voor schokken en stoten
- De stof moet tijdens het hele vervoer gekoeld blijven
- De stof reageert op gevaarlijke wijze met water
Antwoord: C, De stof reageert op gevaarlijke wijze met water. ADR 5.3.2.3.1: een X vóór het nummer betekent dat de stof op gevaarlijke wijze met water reageert. Water mag dan alleen met toestemming van deskundigen worden gebruikt.
Je hebt 200 liter van een stof uit vervoerscategorie 2. Hoeveel punten is dat voor 1.1.3.6?
- 200 punten
- 600 punten
- 10.000 punten
Antwoord: B, 600 punten. ADR 1.1.3.6.4: de hoeveelheid van vervoerscategorie 2 vermenigvuldig je met 3. 200 x 3 = 600 punten. Categorie 1 gaat maal 50, categorie 3 maal 1.