Wat is het Wft-examen Consumptief krediet?
Het Wft-examen Consumptief krediet is het diploma voor wie consumenten adviseert over leningen zoals een persoonlijke lening, een doorlopend krediet of huurkoop. Het examen wordt vastgesteld door het CDFD en afgenomen door erkende exameninstituten. Samen met de module Basis toon je ermee aan dat je vakbekwaam bent volgens de Wet op het financieel toezicht.
Je werkgever is verantwoordelijk voor jouw vakbekwaamheid. Je schrijft je in bij een exameninstituut dat door het CDFD is erkend, met je Wft-ID. Het examen is alleen in het Nederlands.
Hoe ziet het examen eruit?
Volgens het CDFD bestaat het examen Consumptief krediet vanaf 1 april 2026 uit 31 vragen in 90 minuten, goed voor 47 punten:
- Kennis en begrip (KB): 15 vragen van 1 punt.
- Professioneel gedrag (PG): 1 vraag van 2 punten, over een dilemma uit de praktijk, zoals fraudesignalen, integer omgaan met klantgegevens of doorverwijzen.
- Vaardigheden en competenties (VC): 15 vragen van 2 punten. Hier pas je je kennis toe in een klantsituatie, vaak met een berekening.
Je slaagt als je 68 procent van de punten haalt. De uitslag krijg je volgens het CDFD binnen twee werkdagen per mail van DUO. De VC-vragen leveren samen 30 van de 47 punten op, dus het toepassen van de stof weegt zwaar. In deze oefentest zijn alle vragen meerkeuzevragen met vier antwoorden, ook de rekenvragen.
Welke onderwerpen komen aan bod?
Wat je moet weten en kunnen staat in de eindtermen en toetstermen van de module Consumptief krediet. Wij hebben die stof verdeeld over negen onderdelen:
- Wet- en regelgeving en toezicht: de Wft, de AFM, richtlijn 2008/48/EG, de reikwijdte van titel 2A Boek 7 BW, de gedragscodes van de VFN en de banken, en de rol van de kredietbemiddelaar.
- Kredietvormen en kosten: aflopend en doorlopend krediet, goederenkrediet en huurkoop, pandbelening, het JKP, de maximale kredietvergoeding (de wettelijke rente plus 8 procentpunten; de wettelijke rente voor consumenten is sinds 1 januari 2026 4 procent, dus het maximum is nu 12 procent) en risk-based pricing.
- Klantprofiel, BKR en overkreditering: handelingsbekwaamheid, toestemming van de echtgenoot, bewind, inkomen vaststellen, de BKR-toets, de Leennormenmethodiek en Locked Up.
- Risico's en verzekeringen: echtscheiding, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en overlijden, de betalingsbeschermer en het provisieverbod.
- Fiscale behandeling: box 1 en box 3, en wanneer een krediet voor de eigen woning als eigenwoningschuld telt.
- Kredietovereenkomst en rechten van de consument: de bedenktijd van veertien dagen, vervroegd aflossen, opzeggen, opeisen, gelieerde kredieten, pandrecht en eigendomsvoorbehoud.
- Beheer, achterstand en schulden: respijtmaatregelen, vertragingsvergoeding, beslag, het minnelijk traject en de Wsnp.
- Rekenen: annuïteiten, lineair aflossen, rente en effectief jaarpercentage, de vergoeding bij vervroegd aflossen, inkomen en kredietsom.
- Integriteit en klantcontact: fraudesignalen, het slechtnieuwsgesprek, doorverwijzen en vastleggen in het dossier.
Let op de omslagdatum
Het CDFD past de examens één keer per jaar aan, op 1 april. Vanaf die datum worden wijzigingen getoetst die uiterlijk op 31 december van het jaar ervoor zijn vastgesteld of gepubliceerd. Wij hebben onze vragen gebaseerd op de toetstermen die gelden vanaf 1 april 2026 en op de wetteksten zoals die op 1 januari 2026 golden. Twijfel je, kijk dan in de toetstermen van het CDFD.
Zo bereid je je goed voor
- Ken de getallen uit het BW. Veertien dagen bedenktijd, 30 dagen om terug te betalen, 0,5% of 1% vergoeding bij vervroegd aflossen, twee maanden achterstand voor opeisen, één maand opzegtermijn voor de consument en twee maanden voor de kredietgever.
- Reken veel. Annuïteit, lineair, rente op rente en de vergoeding bij vervroegd aflossen komen terug in de VC-vragen. Je hebt bij het examen een rekenmachine.
- Denk vanuit de klant. Advies is niet de wens van de klant volgen. Vraag je steeds af: is dit krediet verantwoord, en wat gebeurt er als het inkomen daalt?
- Lees de uitleg, ook als je het goed had. Bij elke vraag staat het artikel of de toetsterm erbij.
- Oefen op tijd. Je hebt bijna drie minuten per vraag. Maak oefenexamens van 31 vragen in 90 minuten.
Gecontroleerd aan de hand van het CDFD (examenkenmerken en de toetstermen module Consumptief krediet vanaf 1 april 2026), het Burgerlijk Wetboek, het Besluit kredietvergoeding, de VFN Gedragscode Consumptief Krediet, het BKR en de Rijksoverheid (hoogte wettelijke rente). Laatst gecontroleerd: oktober 2026.
Testklaar is een onafhankelijk oefenplatform. We zijn niet verbonden aan het CDFD, DUO, de AFM, het BKR, de VFN, een exameninstituut of de overheid, en onze vragen zijn geen echte examenvragen. Je examen plan en betaal je zelf bij een erkend exameninstituut.
Oefenvragen met antwoorden
Klik op een vraag om het juiste antwoord en de uitleg te zien.
Welke toezichthouder houdt gedragstoezicht op aanbieders van en adviseurs in consumptief krediet?
- De AFM
- De Nederlandsche Bank (DNB)
- Het Bureau Krediet Registratie (BKR)
- Het Kifid (klachteninstituut)
Antwoord: A, De AFM. De AFM is de gedragstoezichthouder onder de Wft. DNB houdt prudentieel toezicht, het BKR beheert het kredietregister en Kifid behandelt klachten.
Wat kenmerkt een aflopend krediet, zoals een persoonlijke lening?
- Een limiet waarbinnen de consument steeds opnieuw geld kan opnemen
- Een krediet waarvan de rente elke maand opnieuw door de kredietgever wordt vastgesteld
- Een krediet zonder einddatum
- Een vast bedrag dat in een vast aantal termijnen wordt afgelost
Antwoord: D, Een vast bedrag dat in een vast aantal termijnen wordt afgelost. Bij een aflopend krediet krijgt de consument een vast bedrag en betaalt hij in een vast aantal termijnen terug. Wat is afgelost, kan niet opnieuw worden opgenomen.
Vanaf welk bedrag en welke looptijd wordt een krediet volgens het BKR bij afsluiten geregistreerd?
- Elk bedrag, ook voor één week
- Meer dan € 1.000 en langer dan een jaar
- Meer dan € 250 en langer dan één maand
- Meer dan € 5.000 en langer dan drie maanden
Antwoord: C, Meer dan € 250 en langer dan één maand. Volgens het BKR geven kredietaanbieders een krediet van meer dan € 250 dat langer dan één maand loopt meteen door. Dat heet een positieve registratie.