Wat is het Klein vaarbewijs?
Het Klein vaarbewijs is het vaarbewijs dat je in Nederland nodig hebt voor een boot die sneller kan dan 20 kilometer per uur, of die tussen 15 en 25 meter lang is. Ook voor een jetski of waterscooter heb je het nodig. Het CBR neemt de theorie-examens af. Er zijn twee varianten: Klein vaarbewijs 1 en Klein vaarbewijs 2.
- Klein vaarbewijs 1 geldt volgens het CBR op rivieren, kanalen, meren en de Gouwzee. Je haalt het met één theorie-examen.
- Klein vaarbewijs 2 geldt daarnaast ook op de Westerschelde, Oosterschelde, het Markermeer, IJmeer, IJsselmeer, de Waddenzee, de Eems en de Dollard. Je haalt het met het examen Klein vaarbewijs 1 en het examen Klein vaarbewijs 2.
Je moet 18 jaar of ouder zijn en een goedgekeurde Gezondheidsverklaring recreatievaart hebben. Het Klein vaarbewijs 1 geldt ook als internationaal vaarbewijs (ICC Inland waters), het Klein vaarbewijs 2 als ICC Inland en Coastal waters.
Hoe zien de examens eruit?
Volgens de exameneisen van het CBR heeft het examen Klein vaarbewijs 1 40 vragen in 60 minuten:
- 18 vragen over wettelijke bepalingen, zoals het Binnenvaartpolitiereglement (BPR), lichten, geluidsseinen en vaarregels;
- 5 vragen over de motor, veiligheid aan boord en milieu;
- 9 vragen over vaarwegen, betonning, waterstanden en het weer;
- 8 vragen over varen en manoeuvreren, ook onder bijzondere omstandigheden.
De vragen leveren samen 80 punten op. Je bent geslaagd met 56 punten of meer (70%). De meeste vragen zijn meerkeuzevragen; het CBR gebruikt ook sleepvragen en hotspotvragen. De uitslag zie je direct op het scherm.
Het examen Klein vaarbewijs 2 heeft 27 vragen en duurt maximaal anderhalf uur; ook daar heb je 70 procent nodig. Je werkt met een examenkaart van een vaargebied, waarop je koersen en posities uitzet en afstanden meet. Daarvoor neem je een plotter of geodriehoek en een passer mee.
Volgens het CBR kost het theorie-examen Klein vaarbewijs 1 € 53,15 en het examen Klein vaarbewijs 2 € 63,25. Daarnaast betaal je € 13,25 voor de Gezondheidsverklaring en € 12,70 voor de aanvraag van het vaarbewijs.
Wat oefen je hier?
Onze oefenexamens hebben de lengte en de verdeling van het examen Klein vaarbewijs 1: 40 vragen in 60 minuten. Daarnaast is er een apart onderdeel Klein vaarbewijs 2: groot water, met vragen over getij, kaartpeil, zeemijlen en knopen, variatie en deviatie, koers en snelheid, en varen op groot water.
Eerlijk is eerlijk: het uitzetten van koersen en posities op een echte waterkaart kun je niet in een online test oefenen. Voor KVB2 oefen je hier de kennis en de berekeningen erachter. Oefen het werken met kaart, plotter en passer daarnaast op papier.
Welke onderwerpen komen aan bod?
- Wetten en vaarbewijs: wanneer je welk vaarbewijs nodig hebt, welk reglement waar geldt, alcohol aan boord en de taken van de schipper.
- Lichten en dagtekens: lichten van motorboten en zeilboten, stilliggende schepen, werkende schepen en schepen met gevaarlijke stoffen.
- Geluidsseinen en marifoon: de algemene seinen, welke seinen een klein schip geeft en het blauwe bord.
- Vaarregels en voorrang: de stuurboordwal, groot en klein, motor, zeil en spierkracht, voorbijlopen, ligplaats nemen en de grote rivieren.
- Tekens en betonning: tonnen, cardinale markeringen, verbods-, gebods- en aanwijzingstekens, lichtenlijnen en sectorlichten.
- Motor, veiligheid en milieu: koeling, brandstof, gas aan boord, brandklassen, reddingsmiddelen en vuilwater.
- Vaarwater en weer: NAP, doorvaarthoogte, diepte onder de kiel, kaartschaal, wind, luchtdruk en Beaufort.
- Varen en manoeuvreren: wieleffect, aanleggen, lijnen, zuiging, sluizen, ankeren en man over boord.
Zo bereid je je goed voor
- Leer de voorrangsregels in volgorde. Eerst de stuurboordwal, dan groot boven klein, en bij kleine schepen: motor wijkt voor zeil en spierkracht, spierkracht wijkt voor zeil.
- Ken de lichten en seinen uit je hoofd. Eén korte stoot is stuurboord, twee is bakboord, drie is achteruit, vier is "ik kan niet manoeuvreren".
- Reken met waterstanden. Oefen doorvaarthoogte en diepte onder de kiel, en voor KVB2 afstand, tijd en snelheid in zeemijlen en knopen.
- Oefen op tijd. Je hebt anderhalve minuut per vraag. Maak oefenexamens van 40 vragen in 60 minuten.
Gecontroleerd aan de hand van het CBR (examenpagina's, kosten en de exameneisen Klein vaarbewijs 1 en 2) en het Binnenvaartpolitiereglement. Laatst gecontroleerd: oktober 2026.
Testklaar is een onafhankelijk oefenplatform. We zijn niet verbonden aan het CBR, Rijkswaterstaat of de overheid, en onze vragen zijn geen echte examenvragen. Je examen reserveer je zelf via Mijn CBR.
Oefenvragen met antwoorden
Klik op een vraag om het juiste antwoord en de uitleg te zien.
Wat is de minimumleeftijd om een Klein vaarbewijs te krijgen?
- 18 jaar
- 21 jaar
- 17 jaar
- 16 jaar
Antwoord: A, 18 jaar. Volgens het CBR moet je 18 jaar of ouder zijn om het Klein vaarbewijs 1 of 2 aan te vragen. Ook het BPR noemt 18 jaar als minimumleeftijd voor het sturen van een snelle motorboot (artikel 1.09).
Welke lichten voert een varend klein motorschip 's nachts volgens de hoofdregel?
- Toplicht, boordlichten en heklicht
- Een geel flikkerlicht op het dak van de stuurhut
- Twee witte lichten boven elkaar
- Alleen een rood en een groen licht naast elkaar op de boeg
Antwoord: A, Toplicht, boordlichten en heklicht. Artikel 3.13 lid 1 BPR: een alleenvarend klein motorschip voert een toplicht, boordlichten en een heklicht. Bij variant b mogen het toplicht en het heklicht vervangen worden door een wit rondom schijnend licht.
Wat betekent één lange stoot?
- Noodsein
- Ik ga stuurboord uit
- Attentie
- Ik sla achteruit
Antwoord: C, Attentie. Bijlage 6 BPR: één lange stoot (ongeveer 4 seconden) is het attentiesein.