Wat is het Wft-examen Schadeverzekeringen zakelijk?
Adviseer je ondernemers over hun schadeverzekeringen, zoals een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, een bedrijfsschadeverzekering of de verzekering van een wagenpark? Dan moet je volgens de Wet op het financieel toezicht (Wft) vakbekwaam zijn. Volgens het CDFD heb je met de module Schadeverzekeringen zakelijk, samen met de modules Basis en Schadeverzekeringen particulier, de beroepskwalificatie Adviseur Schadeverzekering zakelijk. Je hebt dus alle drie de modules nodig. Je doet het examen bij een exameninstituut dat door het CDFD is erkend. Het examen is alleen in het Nederlands.
Bij dit examen draait het om de zakelijke klant. Die varieert van een zzp'er tot een bedrijf met meerdere vestigingen en veel personeel. Je moet de risico's van een onderneming kunnen inventariseren, de juiste verzekeringen kiezen en kunnen rekenen met brutowinst, onderverzekering, eigen risico en premie.
Hoe ziet het examen eruit?
Volgens het CDFD bestaat het examen Schadeverzekeringen zakelijk uit 55 vragen in 120 minuten, goed voor 85 punten. Er zijn drie soorten vragen:
- Kennis en begrip (KB): 25 vragen van 1 punt.
- Professioneel gedrag (PG): 1 vraag van 2 punten over een dilemma uit de praktijk.
- Vaardigheden en competenties (VC): 29 vragen van 2 punten. Dit zijn vooral casusvragen, vaak met een berekening. Samen zijn ze 58 van de 85 punten waard.
Je slaagt als je 68 procent van de punten haalt, dus 57,8 van de 85 punten. Dan krijg je een 5,5, en dat wordt afgerond naar een 6. Binnen twee werkdagen krijg je de uitslag per mail van DUO. Heb je een 4 of 5 gehaald, dan kun je binnen twee weken na de uitslagmail via Mijn Wft een inzage plannen. Je krijgt dan 20 minuten om je fout gemaakte vragen met het juiste antwoord te bekijken, zonder extra uitleg en met een toezichthouder erbij. Dat kan maximaal één keer per half jaar per examen.
Volgens de kandidatenbrochure van het CDFD zijn er multiple-choicevragen met drie of vier antwoorden, maar ook keuzelijsten, rangschikvragen en numerieke vragen waarbij je zelf een getal invult. Er is een niet-programmeerbare rekenmachine beschikbaar. In deze oefentest zijn alle vragen meerkeuzevragen met vier antwoorden, ook de rekenvragen. Zo zie je direct of je goed zat.
Welke onderwerpen komen aan bod?
De examenvragen zijn gebaseerd op de eind- en toetstermen van de module. Het CDFD verdeelt de zakelijke schadeverzekeringen in materiële verzekeringen (bezit, verkeer en transport), vermogensbeschermende verzekeringen (aansprakelijkheid, rechtsbijstand, bedrijfsschade, krediet, cyber en werknemersschade) en collectieve ziektekosten- en ongevallenverzekeringen. Wij hebben de stof verdeeld over acht onderdelen:
- Verzekeringsrecht en ondernemingsvormen: titel 7.17 BW voor zakelijke klanten, opzegging en overgang van een verzekering, rechtsvormen, bestuurdersaansprakelijkheid, overgang van onderneming en de Wft-zorgplicht bij een zakelijke cliënt.
- Inventarisatie, risicoanalyse en preventie: verzekerbare belangen, de jaarrekening, goederen en inventaris, kantoor aan huis, RI&E, beveiliging en taxatie.
- Bezit en technische verzekeringen: herbouw- en vervangingswaarde, onderverzekering, premier risque, garantie tegen onderverzekering, indexclausule, eigen gebrek, molest, CAR en elektronica.
- Bedrijfsschade, krediet en cyber: brutowinst berekenen, uitkeringstermijn, extra kosten, reconstructie, machinebreuk, kredietverzekering, recall en datalekken.
- Verkeer en transport: de WAM en de minimumbedragen, de Wet personenvervoer 2000, het Waarborgfonds, CMR en binnenlands wegvervoer, Incoterms, goederenverzekering en clausule M3.
- Aansprakelijkheid en rechtsbijstand: aansprakelijkheid voor werknemers, opdrachtnemers, zaken en stoffen, productaansprakelijkheid, werkgeversaansprakelijkheid, AVB, beroeps- en bestuurdersaansprakelijkheid, claims made en zakelijke rechtsbijstand.
- Werknemers: ziektekosten, ongevallen en verzuim: loondoorbetaling bij ziekte, verzuimverzekering, collectieve ongevallen, collectieve zorgverzekering en buitenlandse werknemers.
- Schadebehandeling, beheer en advies: premie en assurantiebelasting, restitutie en suppletie, eigen risico, bereddingskosten, samenloop, brandregres, Salvage en integer handelen.
Let op de omslagdatum
Het CDFD past de examens één keer per jaar aan, op 1 april. Examens vanaf 1 april 2026 gaan uit van de wet- en regelgeving zoals die op 1 januari 2026 gold. Onze vragen zijn gebaseerd op de toetstermen die gelden vanaf 1 april 2026 en op de wetteksten, die wij in oktober 2026 hebben nagelezen. Twijfel je over een regel, kijk dan in de toetstermen van het CDFD.
Zo bereid je je goed voor
- Reken veel. De VC-vragen leveren 58 van de 85 punten op. Oefen brutowinst, onderverzekering, eigen risico, de CMR-limiet en premie met 21 procent assurantiebelasting tot je ze vlot kunt. Weet ook welke verzekeringen zijn vrijgesteld van assurantiebelasting.
- Ken het verschil tussen particulier en zakelijk. Veel beschermende regels in titel 7.17 BW gelden alleen voor particuliere klanten. Weet welke regels ook voor een bv gelden.
- Denk als adviseur. Vraag je bij elke casus af welke risico's de onderneming loopt, welke verzekering ze dekt, wat de klant zelf draagt en wat je moet vastleggen.
- Lees de uitleg, ook als je het goed had. Bij elke vraag staat het wetsartikel, de regeling of de toetsterm die erachter zit.
- Oefen op tijd. Je hebt gemiddeld iets meer dan twee minuten per vraag. Maak een paar oefenexamens van 55 vragen in 120 minuten.
Testklaar is een onafhankelijk oefenplatform. We zijn niet verbonden aan het CDFD, DUO, de AFM, het Verbond van Verzekeraars, een exameninstituut of de overheid, en onze vragen zijn geen echte examenvragen. Je examen plan en betaal je zelf bij een erkend exameninstituut.
Oefenvragen met antwoorden
Klik op een vraag om het juiste antwoord en de uitleg te zien.
De polis van een bv bepaalt dat de bv drie maanden voor de verlengingsdatum moet opzeggen. Welke opzegtermijn geldt volgens de wet?
- Zes maanden, want dat is de vaste termijn voor zakelijke polissen
- Twee maanden, want daarvan mag niet ten nadele van de verzekeringnemer worden afgeweken
- Drie maanden, want voor een bv mag de polis van de wet afwijken
- Eén maand, want na de eerste contractsduur is elke verzekering maandelijks opzegbaar
Antwoord: B, Twee maanden, want daarvan mag niet ten nadele van de verzekeringnemer worden afgeweken. Artikel 7:940 lid 1 BW: bij opzegging tegen het einde van een verzekeringsperiode geldt een termijn van twee maanden. Volgens artikel 7:943 lid 2 BW mag daarvan bij alle verzekeringnemers, ook zakelijke, niet ten nadele van de verzekeringnemer worden afgeweken.
Een installatiebedrijf kan de btw op zijn inkopen volledig verrekenen. Het vraagt of de inventaris inclusief of exclusief btw verzekerd moet worden. Wat adviseer je?
- Het maakt niet uit, de btw valt altijd buiten de schadevergoeding
- Inclusief btw, want anders is er altijd sprake van onderverzekering
- Inclusief btw, want de verzekeraar keert altijd de bruto aanschafprijs uit
- Exclusief btw, want de btw op vervangende aankopen krijgt het bedrijf terug
Antwoord: D, Exclusief btw, want de btw op vervangende aankopen krijgt het bedrijf terug. Wie de btw kan verrekenen, lijdt die btw niet als schade. Verzekert hij inclusief btw, dan betaalt hij premie voor een bedrag dat hij niet uitgekeerd krijgt: de verzekerde mag niet in een duidelijk voordeliger positie komen (artikel 7:960 BW). Het CDFD noemt deze afweging in toetsterm 3c.1.
Naar welke waarde is een bedrijfsgebouw volgens het BW verzekerd als de polis niets anders bepaalt?
- Naar de WOZ-waarde
- Naar de verkoopwaarde
- Naar de boekwaarde
- Naar de herbouwwaarde
Antwoord: D, Naar de herbouwwaarde. Artikel 7:956 BW: een gebouw is naar zijn herbouwwaarde verzekerd, andere zaken naar hun vervangingswaarde. In de polis kan een andere maatstaf worden afgesproken.