Financieel adviseur laat een klant beleggingsgrafieken zien op een laptop, met een Amsterdamse gracht buiten
Wft-examen Vermogen

Wft Vermogen examen oefenen

Oefen in het echte format. Ga goed voorbereid naar je test.

Oefen met 185 vragen over de stof van het Wft-examen Vermogen: wet- en regelgeving, klantprofiel, economie, beleggingsproducten, risico en rendement, fiscaliteit, lijfrente en pensioen, en advies en beheer. Bij elk antwoord krijg je uitleg.

Gratis test → betaal € 10,00 → direct toegang en link per mail

  • Geen account of inloggen nodig
  • 14 dagen niet-goed-geld-terug-garantie
  • Afgestemd op het formaat van de echte test (Wft Vermogen)
5 gratis vragen, zonder account14 dagen niet-goed-geld-terugEén betaling, geen abonnement

Gratis test: 5 vragen

Probeer 5 vragen uit vijf verschillende onderdelen, met ook een rekenvraag over box 3. Je ziet meteen of je antwoord goed is en waarom.

Wft Vermogen: gratis oefentest

5 gratis vragen. Geen account nodig.

  • 5 vragen
  • Ongeveer 15 min
  • Direct feedback
  • Gratis test

Tik op een antwoord en je ziet meteen of het goed is, met uitleg. Je scores worden alleen op dit apparaat bewaard.

Volledige toegang € 10,00
Volledig pakket: wat je krijgt
  • Wet- en regelgeving en zorgplicht: 24 vragen
  • Klantprofiel en risicoprofiel: 18 vragen
  • Economie en financiële markten: 19 vragen
  • Beleggingsinstrumenten en beleggingsinstellingen: 28 vragen
  • Risico, rendement en spreiding: 25 vragen
  • Fiscaliteit: box 1, box 3, schenken en erven: 30 vragen
  • Lijfrente, levensverzekering en pensioen: 27 vragen
  • Advies, beheer en integriteit: 14 vragen

185 vragen in totaal · oefenen per onderdeel · 30 dagen toegang

Volledige toegang € 10,00

Wat is het Wft-examen Vermogen?

Adviseer je consumenten over sparen en beleggen, over lijfrente of over vermogensopbouw met een levensverzekering? Dan moet je volgens de Wet op het financieel toezicht (Wft) vakbekwaam zijn. Volgens het CDFD heb je met de module Vermogen en de module Basis de beroepskwalificatie Adviseur Vermogen. Je doet het examen bij een exameninstituut dat door het CDFD is erkend. Het examen is alleen in het Nederlands.

Vermogen is een brede en pittige module. Je moet de regels kennen, maar vooral kunnen toepassen: een klantprofiel opstellen, uitleggen wat een standaarddeviatie zegt, rekenen met box 3 en de jaarruimte, en een klant eerlijk vertellen wat een beleggingsobject of een gestructureerd product kan kosten.

Hoe ziet het examen eruit?

Volgens het CDFD bestaat het examen Vermogen vanaf 1 april 2026 uit 46 vragen in 135 minuten, goed voor 72 punten. Er zijn drie soorten vragen:

  • Kennis en begrip (KB): 20 vragen van 1 punt.
  • Professioneel gedrag (PG): 1 vraag van 2 punten over een dilemma uit de praktijk, bijvoorbeeld een fraudesignaal, een belangenconflict of doorverwijzen.
  • Vaardigheden en competenties (VC): 25 vragen van 2 punten. Dit zijn vooral casusvragen, vaak met een berekening. Samen zijn ze 50 van de 72 punten waard.

Je slaagt als je 68 procent van de punten haalt, dus 48,96 van de 72 punten. Dan krijg je een 5,5, en dat wordt afgerond naar een 6. Binnen twee werkdagen krijg je de uitslag per mail van DUO. Heb je een 4 of 5 gehaald, dan kun je binnen twee weken na de uitslagmail via Mijn Wft een inzage plannen, maximaal één keer per half jaar per examen. Je krijgt dan 20 minuten om je fout gemaakte vragen met het juiste antwoord te zien, zonder uitleg en onder toezicht.

Volgens de kandidatenbrochure van het CDFD zijn er multiple-choicevragen met drie of vier antwoorden, maar ook keuzelijsten, rangschikvragen en numerieke vragen waarbij je zelf een getal invult. Er is een niet-programmeerbare rekenmachine beschikbaar. In deze oefentest zijn alle vragen meerkeuzevragen met vier antwoorden, ook de rekenvragen. Zo zie je direct of je goed zat.

Welke onderwerpen komen aan bod?

De examenvragen zijn gebaseerd op de eind- en toetstermen van de module Vermogen. Wij hebben de stof verdeeld over acht onderdelen:

  • Wet- en regelgeving en zorgplicht: artikel 4:23, 4:24 en 4:24a Wft, geschiktheid en passendheid, execution only, het nationaal regime, de Wwft, marktmisbruik, handelingsbekwaamheid, bewind en huwelijksvermogensrecht.
  • Klantprofiel en risicoprofiel: inventariseren, risico dat de klant kan en wil lopen, beleggingshorizon, doelen met prioriteit, en levensgebeurtenissen zoals scheiding, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid.
  • Economie en financiële markten: groei, inflatie, korte en lange rente, valutakoersen en wat die betekenen voor aandelen, obligaties en vastgoed.
  • Beleggingsinstrumenten en beleggingsinstellingen: aandelen, obligaties, opties, icbe's en abi's, ETF's, gestructureerde producten, beleggingsobjecten, het EID, de prospectus en kosten.
  • Risico, rendement en spreiding: standaarddeviatie en normale verdeling, correlatie, strategische assetallocatie, samengesteld rendement en rebalancing.
  • Fiscaliteit: box 3 in 2026 met de tegenbewijsregeling, de jaarruimte en reserveringsruimte, revisierente, schenk- en erfbelasting en het erfrecht.
  • Lijfrente, levensverzekering en pensioen: soorten lijfrenten, bancair sparen versus verzekeren, begunstiging, uitvaartverzekering, AOW, Anw en keuzes in de pensioenregeling.
  • Advies, beheer en integriteit: fraudesignalen, belangenconflicten, privacy, doorverwijzen, vastleggen en nazorg.

Let op de omslagdatum

Het CDFD past de examens één keer per jaar aan, op 1 april. Examens vanaf 1 april 2026 gaan uit van de wet- en regelgeving zoals die op 1 januari 2026 gold. Bij dit examen is dat extra belangrijk, want bedragen als het heffingsvrij vermogen in box 3, de forfaitaire rendementen, de jaarruimte en de vrijstellingen voor schenken en erven veranderen elk jaar. Onze vragen zijn gebaseerd op de toetstermen die gelden vanaf 1 april 2026 en op de wetteksten en bedragen van 2026, die wij in oktober 2026 hebben nagelezen. Waar een vraag een bedrag noemt dat elk jaar verandert, staat erbij dat het om 2026 gaat.

Zo bereid je je goed voor

  • Reken veel. De VC-vragen leveren 50 van de 72 punten op. Oefen box 3, de jaarruimte, schenkbelasting, samengesteld rendement, obligatiekoersen en scenario's met de standaarddeviatie tot je ze vlot kunt.
  • Ken de bedragen van 2026. Heffingsvrij vermogen € 59.357, 6% forfaitair rendement op beleggingen, 36% tarief, AOW-franchise € 19.172 en maximaal € 42.753 reserveringsruimte.
  • Snap de zorgplicht. Weet wanneer je een geschiktheidsbeoordeling doet, wanneer een passendheidstoets volstaat en wat je moet vastleggen.
  • Denk als adviseur. Vraag je bij elke casus af wat de klant kan en wil, welk doel voorgaat en waar je moet doorverwijzen.
  • Lees de uitleg, ook als je het goed had. Bij elke vraag staat het wetsartikel, de toetsterm of de officiële bron die erachter zit.
  • Oefen op tijd. Je hebt gemiddeld bijna drie minuten per vraag. Maak een paar oefenexamens van 46 vragen in 135 minuten.

Testklaar is een onafhankelijk oefenplatform. We zijn niet verbonden aan het CDFD, DUO, de AFM, DNB, de Belastingdienst, een exameninstituut of de overheid, en onze vragen zijn geen echte examenvragen. Je examen plan en betaal je zelf bij een erkend exameninstituut.

Oefenvragen met antwoorden

Klik op een vraag om het juiste antwoord en de uitleg te zien.

Welke informatie moet een adviseur volgens artikel 4:23 Wft inwinnen voordat hij een klant adviseert over een vermogensproduct?
  1. Alleen de doelstellingen en het gewenste rendement van de klant, verder niets
  2. Inkomen, beroep en de waarde van de eigen woning
  3. Financiële positie, kennis, ervaring, doelen en risicobereidheid
  4. Alleen de kennis en ervaring van de klant met beleggen in de afgelopen vijf jaar

Antwoord: C, Financiële positie, kennis, ervaring, doelen en risicobereidheid. Artikel 4:23 lid 1 onder a Wft: bij advies wint de onderneming informatie in over de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover redelijkerwijs relevant voor het advies (toetsterm 1d.2).

Een klant van 35 met een vast contract en € 80.000 vrij spaargeld zegt dat hij slapeloze nachten krijgt van elke koersdaling. Wat zegt dit over zijn risicoprofiel?
  1. Hij kan weinig risico dragen en wil ook weinig risico lopen, dus beide wijzen dezelfde kant op
  2. Zijn gevoel speelt geen rol, alleen zijn financiële positie telt mee in het profiel
  3. Hij kan veel risico dragen, maar wil weinig risico
  4. Hij wil veel risico lopen, maar kan dat financieel eigenlijk niet dragen

Antwoord: C, Hij kan veel risico dragen, maar wil weinig risico. Toetsterm 1g.10: er kan een verschil zijn tussen hoeveel risico een klant kan lopen (financiële positie, horizon) en hoeveel risico hij wil lopen (risicobereidheid). Beide horen bij het klantprofiel van artikel 4:23 Wft; je bespreekt het verschil met de klant.

Wat is inflatie?
  1. Een stijging van de waarde van de euro ten opzichte van de dollar
  2. Een daling van de rente die de centrale bank aan banken vraagt
  3. Een algemene stijging van het prijspeil
  4. Een daling van de economische groei gedurende twee kwartalen achter elkaar

Antwoord: C, Een algemene stijging van het prijspeil. Toetsterm 1f.2: inflatie is een algemene stijging van het prijspeil. Met hetzelfde bedrag kun je dan minder kopen. In Nederland wordt inflatie meestal gemeten met de consumentenprijsindex (CPI) van het CBS.

Volledige toegang tot alle oefenvragen Wft Vermogen

Oefen 30 dagen lang zo vaak als je wilt: oefenexamens van 46 vragen op tijd, oefenen per onderdeel en uitleg bij elk antwoord.

Volledige toegang

€ 10,00

eenmalig, geen abonnement en geen automatische verlenging. 30 dagen toegang vanaf aankoop.

  • 185 oefenvragen over alle onderdelen van de examenstof
  • Oefenexamens van 46 vragen in 135 minuten, net als het echte examen
  • Rekenvragen over box 3, jaarruimte, schenkbelasting, rendement en obligaties
  • Uitleg bij elk antwoord, met het wetsartikel, de toetsterm of de bron erbij
  • Score per onderdeel, zodat je ziet wat je nog moet leren
  • 30 dagen toegang, geen abonnement
Volledige toegang

Creditcard/debitcard · Apple Pay · Google Pay. Veilig betalen via Stripe.

Vragen en antwoorden

Hoeveel vragen heeft het Wft-examen Vermogen?

Volgens het CDFD heeft het examen vanaf 1 april 2026 46 vragen: 20 kennisvragen, 1 vraag over professioneel gedrag en 25 vragen over vaardigheden en competenties. Je hebt er 135 minuten voor.

Hoeveel punten heb ik nodig om te slagen?

Je moet 68 procent van de 72 punten halen, dus 48,96 punten. Kennisvragen zijn 1 punt waard, de andere vragen 2 punten. Met 68 procent krijg je een 5,5, en dat wordt afgerond naar een 6.

Welke modules heb ik nodig om Adviseur Vermogen te worden?

Volgens het CDFD heb je met de module Vermogen en de module Basis de beroepskwalificatie Adviseur Vermogen. Deze oefentest gaat alleen over de module Vermogen.

Mag ik een rekenmachine gebruiken?

Ja. Volgens de kandidatenbrochure van het CDFD is er een niet-programmeerbare rekenmachine beschikbaar. Er zitten ook numerieke vragen in het examen, waarbij je zelf een getal invult.

Met welke bedragen moet ik rekenen?

Examens vanaf 1 april 2026 gaan uit van de regels per 1 januari 2026. Denk aan het heffingsvrij vermogen in box 3 van € 59.357, het tarief van 36% en de AOW-franchise van € 19.172 voor de jaarruimte. Wij noemen bij elke rekenvraag het jaar.

Wanneer krijg ik de uitslag en kan ik mijn examen inzien?

Volgens het CDFD krijg je binnen twee werkdagen een mail van DUO met je cijfer. Bij een 4 of 5 kun je binnen twee weken via Mijn Wft een inzage van 20 minuten plannen, maximaal één keer per half jaar per examen.

Zijn dit de echte examenvragen?

Nee. Testklaar is een onafhankelijk oefenplatform. Wij schrijven onze eigen vragen op basis van de toetstermen van het CDFD, de wetten en de bedragen van de Belastingdienst. De echte examenvragen zijn niet openbaar.

Andere tests

Bronnen (gecontroleerd op 11 oktober 2026): CDFD, Initieel examen Vermogen (kenmerken, uitslag, inzage, omslagdatum) · CDFD, Eind- en toetstermen module Vermogen vanaf 1 april 2026 · CDFD, Kandidatenbrochure initiële examens · CDFD, Voorbeeld omslagdatum · Wet op het financieel toezicht · Wet inkomstenbelasting 2001 · Burgerlijk Wetboek Boek 1 (huwelijksvermogensrecht, handelingsbekwaamheid, bewind) · Burgerlijk Wetboek Boek 4 (erfrecht) · Burgerlijk Wetboek Boek 7 (opdracht, levensverzekering) · Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme · Successiewet 1956 · Algemene Ouderdomswet · Algemene nabestaandenwet · Belastingdienst, Berekening box 3-inkomen 2026 · Belastingdienst, Wat is mijn werkelijk rendement? · Belastingdienst, Tarieven en heffingskortingen 2026 · Belastingdienst, Tarieven schenkbelasting 2026 · Belastingdienst, Hoeveel mag ik mijn kind belastingvrij schenken? · Belastingdienst, Vrijstelling erfbelasting 2026 · Belastingdienst, Belasting en revisierente bij afkoop lijfrente · Belastingdienst, Percentages inkomensafhankelijke bijdrage Zvw · DNB, Beleggerscompensatie · DNB, Depositogarantie: tot welk bedrag is mijn geld beschermd? · AFM, Nationaal regime · Rijksoverheid, Bedragen minimumloon 2026 · UWV, Maximumdagloon