Wat is het Wft-examen Hypothecair krediet?
Adviseer je klanten over een hypotheek, of bemiddel je bij het afsluiten ervan? Dan moet je volgens de Wet op het financieel toezicht (Wft) vakbekwaam zijn. Volgens het CDFD heb je met de module Hypothecair krediet, samen met de modules Basis en Vermogen, de beroepskwalificatie Adviseur Hypothecair krediet. Je doet het examen bij een exameninstituut dat door het CDFD is erkend. Je schrijft je in met je Wft-ID, die je vindt of aanvraagt in Mijn Wft. Het examen is alleen in het Nederlands.
Dit is een van de zwaardere Wft-modules. Je moet niet alleen regels kennen, maar ze ook toepassen in klantsituaties en ermee rekenen: maandlasten, netto lasten, de maximale hypotheek, de bijleenregeling en de kosten van oversluiten.
Hoe ziet het examen eruit?
Volgens het CDFD bestaat het examen Hypothecair krediet vanaf 1 april 2026 uit 37 vragen in 135 minuten, goed voor 60 punten. Er zijn drie soorten vragen:
- Kennis en begrip (KB): 14 vragen van 1 punt.
- Professioneel gedrag (PG): 1 vraag van 2 punten over een dilemma uit de praktijk.
- Vaardigheden en competenties (VC): 22 vragen van 2 punten. Dit zijn vooral casusvragen, vaak met een berekening. Samen zijn ze 44 van de 60 punten waard.
Je slaagt als je 68 procent van de punten haalt, dus 40,8 van de 60 punten. Dan krijg je een 5,5, en dat wordt afgerond naar een 6. Binnen twee werkdagen krijg je de uitslag per mail van DUO. Heb je een 4 of 5 gehaald, dan kun je binnen twee weken via Mijn Wft een inzage van 20 minuten boeken om je fout gemaakte vragen te bekijken.
Je krijgt van het exameninstituut een niet-programmeerbare rekenmachine, schrijfmateriaal en kladpapier. Volgens de kandidatenbrochure van het CDFD zijn er multiple-choicevragen met drie of vier antwoorden, maar ook keuzelijsten, rangschikvragen en numerieke vragen waarbij je zelf een getal invult. In deze oefentest zijn alle vragen meerkeuzevragen met vier antwoorden, ook de rekenvragen. Zo zie je direct of je goed zat.
Welke onderwerpen komen aan bod?
De examenvragen zijn gebaseerd op de eind- en toetstermen van de module Hypothecair krediet. Wij hebben de stof verdeeld over zes onderdelen:
- Hypotheekvormen en aflossing: annuïteit, lineair en aflossingsvrij, vaste en variabele rente, rentemiddeling, vervroegd aflossen, oversluiten, overbrugging, bouwdepot, meeneem- en doorgeefregeling, borgtocht en hoofdelijkheid.
- Fiscale regels eigen woning: eigenwoningforfait, eigenwoningschuld, aflossingseis, bijleenregeling en eigenwoningreserve, aftrekbare kosten, boeterente, het overgangsrecht, de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld en overdrachtsbelasting.
- Leennormen en NHG: de Tijdelijke regeling hypothecair krediet, toetsinkomen en toetsrente, studieschuld, energielabel, uitzonderingen op de normen en de voorwaarden van NHG.
- Wet- en regelgeving en zorgplicht: hypotheekrecht, de koop van een woning, informatie vooraf en het bindend aanbod, het provisieverbod, betalingsachterstanden, fraudesignalen en het vastleggen van je advies.
- Rekenen: bruto en netto maandlasten, rente en aflossing per maand, forfait, belastingvoordeel, eigenwoningreserve, restschuld, LTV en financieringslast.
- Risico's en verzekeringen: overlijden, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en pensioen, woonlastenbeschermers en de opstal- en inboedelverzekering.
Let op de omslagdatum
Het CDFD past de examens één keer per jaar aan, op 1 april. Bij dit examen is dat extra belangrijk, want veel bedragen veranderen elk jaar: de belastingtarieven, het eigenwoningforfait, de NHG-grens en de tabellen voor de maximale hypotheek. Onze vragen zijn gebaseerd op de toetstermen die gelden vanaf 1 april 2026 en op de wetteksten, die wij in oktober 2026 hebben nagelezen. Het examen zelf gaat uit van de regels zoals die per 1 januari 2026 golden; twijfel je, kijk dan in de toetstermen van het CDFD. Waar een vraag een bedrag noemt dat elk jaar verandert, staat in de vraag dat het om 2026 gaat.
Zo bereid je je goed voor
- Reken veel. De VC-vragen leveren 44 van de 60 punten op. Oefen annuïteiten, lineaire maandlasten, netto lasten met forfait en aftrek, en de eigenwoningreserve tot je ze vlot kunt.
- Ken de vaste getallen. Denk aan 360 maanden voor de renteaftrek, 100 procent LTV (106 procent met energiebesparende voorzieningen), drie jaar voor de eigenwoningreserve en veertien dagen voor het bindend aanbod.
- Denk als adviseur. Vraag je bij elke casus af wat er gebeurt bij overlijden, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en pensioen, en wat je moet vastleggen als de klant van je advies afwijkt.
- Lees de uitleg, ook als je het goed had. Bij elke vraag staat het wetsartikel, de regeling of de toetsterm die erachter zit.
- Oefen op tijd. Je hebt gemiddeld ruim drieënhalve minuut per vraag. Maak een paar oefenexamens van 37 vragen in 135 minuten.
Testklaar is een onafhankelijk oefenplatform. We zijn niet verbonden aan het CDFD, DUO, de AFM, NHG, een exameninstituut of de overheid, en onze vragen zijn geen echte examenvragen. Je examen plan en betaal je zelf bij een erkend exameninstituut.
Drie voorbeeldvragen met uitleg
Eén vraag uit verschillende onderdelen van het volledige pakket, met antwoord en uitleg.
Een klant wil dat zijn bruto maandlasten in de loop van de jaren zo snel mogelijk dalen. Welke aflossingsvorm past daar het best bij?
- Een annuïteitenhypotheek
- Een lineaire hypotheek
- Een aflossingsvrije hypotheek
- Een hypotheek met rentemiddeling
Wat is de maximale looptijd waarover rente op een eigenwoningschuld aftrekbaar is?
- 240 maanden (20 jaar)
- 420 maanden (35 jaar)
- 360 maanden (30 jaar)
- Zolang je de woning zelf bewoont
Wat is volgens de Tijdelijke regeling hypothecair krediet de standaard maximale hoogte van een hypotheek ten opzichte van de waarde van de woning?
- 90 procent van de woningwaarde
- 106 procent van de woningwaarde
- 110 procent van de woningwaarde
- 100 procent
